Lukt het je niet om grenzen te stellen? 

Linda en Hessel zijn allebei baliemedewerkers bij een gemeente. Tijdens een werkoverleg zegt Linda het niet prettig te vinden dat er verschillend wordt om gegaan met regels. Linda geeft aan dat er duidelijk afgesproken is dat baliemedewerkers de klant niet kunnen helpen als een legitimatiebewijs is verlopen.

Haar collega Hessel reageert koeltjes: “Luister eens lieverd, je werkt hier nog niet zo lang, dus ik snap dat je nu op de regels zit. Maar over een tijdje, als je wat meer ervaring hebt, dan merk je vanzelf dat je soms een uitzondering moet maken op de regel”. Linda kijkt om zich heen en hoopt dat een andere collega haar bijvalt. Het blijft angstvallig stil. Linda begint te hakkelen: “Ok, maar ik dacht dat we een afspraak hadden gemaakt waar iedereen zich aan diende te houden...” Hessel stellig: “Dat is theorie meisje. In de praktijk werkt dat dus anders”.

Linda is niet blij dat Hessel haar als klein meisje behandelt. Ze durft dat niet te benoemen en zegt niets meer.

Waarom lukt het niet om een grens te stellen?

Linda kijkt op tegen Hessel die tot de informele leiders behoort in het team. Zelfs hun leidinggevende heeft moeite om Hessel aan te spreken. Andere collega’s die al langer in het team werken weten dit. Ze voelen zich daardoor niet geroepen om Linda te steunen.

Linda heeft moeite om voor zichzelf op te komen. Dat heeft ze niet meegekregen vanuit haar opvoeding. Conflicten ervaart ze als vervelend dus gaat ze die uit de weg. Het gevolg daarvan is dat de geschiedenis zich herhaalt. In meerdere situaties van grensoverschrijdend gedrag laat ze over zich heen lopen. Ze blijft dan teleurgesteld achter, omdat ze hierover niets aangeeft. “Had ik maar….” spookt achteraf vaak door haar gedachten. Ze begint zich de laatste tijd  af te reageren op haar omgeving. Ze geeft anderen de schuld dat ze zich rot voelt.

Linda heeft er schoon genoeg van en wil beter voor zichzelf op komen. Ze weet niet hoe ze een grens moet stellen! Na een bezoek aan de vertrouwenspersoon en een gesprek met haar leidinggevende start ze een coaching traject. Haar leerdoel is dat ze gaat communiceren vanuit eigen kracht.

De coaching maakt haar bewust dat ze zowel bij haar vorige jobs als in haar thuissituatie moeite heeft om grenzen te stellen. Ze is in haar jeugd vaak gepest en ze is in de veronderstelling dat ze daar geen last meer van heeft. De coaching laat haar inzien dat ze zich erg pleasend opstelt. Ze wil graag de harmonie bewaren.

Door te oefenen in het stellen van grenzen aan de hand van praktijksituaties is ze steviger in haar schoenen gaan staan. Ze merkt door tijdig haar grens aan te geven, dat ze een serieuze gesprekspartner is voor haar collega’s. Hessel is inmiddels gestopt met zijn denigrerende  opmerkingen. Linda zorgt nu veel beter voor zichzelf en ze is weer het zonnetje in huis.